2025-12-09

Buitenspelen is geen geluidsoverlast

Buitenspelen is geen geluidsoverlast

Een pleidooi om geluiden van kinderen bij het buitenspelen erbij te laten horen

Liam (8) speelt al de hele zomer naar hartelust in zijn zelfgebouwde hutje. En niet alleen hij. „Er waren hier wel dertig of twintig kinderen”, vertelt hij. Tot hij op een dag een grote gele sticker met de tekst ‘voornemen bestuursdwang’ ontdekte. „Hij ging meteen naar huis: papa, de politie is bij de hut geweest”, vertelt zijn vader Joël Scherbeijn. De boodschap op de sticker was helder: de hut moet weg. Als ze het niet zelf doen, ruimt de gemeente ‘m op.Over de aanleiding voor de actie kan Scherbeijn zich nog steeds opwinden. „Het is op basis van één klacht, van een vrouw die geluidsoverlast had. Geluidsoverlast, pal naast een school met 110 kinderen en twee bso’s!” Ongelofelijk, vindt hij. „Die mevrouw had ook ons ook even kunnen aanspreken. We zijn hier bijna elke dag.” Het gaat, zo benadrukt hij, om jonge kinderen. Niet om hangjeugd. De hut is gewoon op de grond gebouwd. Van een gevaarlijke situatie is geen sprake. uit: Provinciaal Zeeuwse Courant 24 augustus 2025 (voetnoot 1)

 

Zomaar een zomers berichtje over een hut op het schoolplein van Philippine uit een regionale krant. Je kan denken "weer zo'n komkommertijdbericht" en je schouders ophalen. Maar welbeschouwd is het ook een signaal dat we in ons Nederland niet op een zindelijke manier (willen) nadenken om het recht op buitenspelen op een deugdelijke manier bestuurlijk en wettelijk te verankeren. Uit bovenstaand bericht komt duidelijk naar voren dat één burger zich bij de gemeente heeft beklaagd. En omdat de klacht ging over het geluid dat gepaard ging bij het buitenspelen rond de hut moest de gemeente iets doen. Gek genoeg werd de hut gebouwd in de bosjes op het terrein van de enige basisschool in het dorp. Met 95 leerlingen is deze goed voor bijna 80.000 gebruiksmomenten per jaar (of 380 momenten per schooldag) waarop de leerlingen buiten zijn en met 95 leerlingen tegelijkertijd geluid produceren (voetnoot 2). Het aantal kinderen werd door een van de jongens geschat op 20 tot 30 kinderen per dag. Ik schat op grond van de CBS-cijfers dat er ongeveer 70 kinderen van 8 t/m 12 jaar in het dorp wonen. Dus ongeveer eenderde tot tweevijfde hiervan was rond de hut actief.


Tijdens de schoolvakantie is er op het schoolterrein ook kinderdagopvang, ochtend peuteropvang en buitenschoolse opvang actief. Met een beetje droog weer zijn deze kinderen ook aan het buitenspelen. Een blik op de kaart laat zien dat Philippine grofweg uiteenvalt in drie delen: het oude centrum rondom de kerk en de gedempte haven, een strook bebouwing ten oosten van het Philippinekanaal en tot slot de grotere uitbreiding die vanaf midden jaren '60 ten westen van het Philippinekanaal is ontstaan. Op het kaartje van afbeelding 1 kunt u zien dat in deze buurt weinig openbare groene (speel)ruimte beschikbaar is. Het meeste groen hier betreft begeleidend groen langs de straten, vaak begroeid met prikstruiken. Aan de Kokhaan is een plek voor de allerkleinsten (ca. 360m2). Het grote groengebied daaronder betreft sportvelden. Via streetview kunt u zien dat dit aan toezicht vanuit de buurt onttrokken is door hoog opgaand bosplantsoen, hekken en (prik)struiken. Het schooleiland is eigenlijk de enige grotere plek (ca. 4.400m2 onbebouwd) met een speelfunctie, geschikt voor 8 tot en met 12 jaar. En ligt bovendien goed in de sociale controle.



afbeelding 1.  ligging schoolterrein in Philippine (bron: PDOK services)


Je zou dus zeggen: "Volgens artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag hebben deze kinderen een onvervreembaar recht op (buiten)spel en alles wat daarbij hoort. Dus waarom gaat het gemeentebestuur mee met één klager en besluit dat in de zomervakantie buitenspelen bij een hut op de enige echte speelplaats in de buurt niet kan/mag?".


In 2009 heeft toenmalig minister Jacqueline Cramer (Milieu), naar aanleiding van een zaak bij de Dr. Plesmanschool in Badhoevedorp, de geluidsnormen voor spelende kinderen op basisscholen en crèches geschrapt (voetnoot 3). Dus waarom gaat het bestuur mee met deze klacht? Sinds 2009 echter hebben verschillende kantonrechters uitgesproken dat dit schrappen enkel van toepassing is tijdens de onderwijstijden en niet op de momenten dat er geen onderwijs gegeven wordt. En daar wringt dus de schoen: de rechter heeft vanuit deze AMvB geen steun voor het afwijzen van een klacht of het aandringen op bemiddeling. Naar aanleiding van vergelijkbare zaken in zijn eigen gemeente heeft Wethouder Hilbert Bredemeijer uit Den Haag met een ingezonden brief in Trouw op 4 mei 2024 opgeroepen tot meer tolerantie voor geluiden die onvermijdelijk bij buitenspelen horen:

... Het is onvermijdelijk dat buiten spelen gepaard gaat met geluid, maar laten we niet doen alsof die overlast vergelijkbaar is met dat van een discotheek of coffeeshop. Bovendien staat daar tegenover dat kinderen levendigheid en vitaliteit in de omgeving brengen. Hun gelach en energie vullen de straten, plantsoenen en speelplekken, wat bijdraagt aan een gevoel van gemeenschap en levendigheid creëert. ..." (voetnoot 4)

Als je dit zo hoort ontbreekt het kennelijk aan een voldoende onderbouwd kader voor bestuurlijk handelen ten gunste van een groepje kinderen die in de vakantie op een schoolterrein, wegens gebrek aan lokaal kindervakantiewerk, met elkaar buiten een hut bouwen. Volgens de Vlaamse website goegespeeld.be (voetnoot 5) heeft het parlement van Duitsland dat beter geregeld:  


Aanpak in Duitsland*Duitsland gaat een stap verder en heeft eind januari 2010 in het Duitse parlement beslist kinderlawaai toe te laten en volgende alinea toegevoegd aan de gewestelijke verontreinigingwet: “normale ontwikkeling en teneinde het behouden van kindeigen ontwikkelingsmogelijkheden. Storende geluiden, door kinderen veroorzaakt, zijn uitdrukking van een zijn, dat principieel adequaat is en dus onopeisbaar”. Het Duits parlement roept de gemeenschap op zich toleranter op te stellen ten aanzien van kinderen. Kinderen maken deel uit van de maatschappij en dienen op te groeien binnen die maatschappij. (voetnoot 5) *

Dus eigenlijk zou je willen dat bestuurders zonder vrees voor de kantonrechter tegen die ene klager kunnen zeggen: "Joh ... over een week is de schoolvakantie voorbij, daarna komt de pre-herfst met om-de-haverklap-natte-buien en binnen een maand neemt het gewone leventje weer zijn gang en wordt alles weer zoals voor de vakantie.". Of dat klagers en ouders van kinderen eerst bijelkaar worden gebracht om te overleggen waar de overlast in zit en welke afspraken te maken zijn om dat te verminderen. Kortom met de Wet in de rug en een kopje koffie eerst eens met elkaar overleggen waar de pijn zit en welke oplossing partijen kan verbinden. Zodat de kinderen kunnen buitenspelen.  


Conclusie

Nederland laat met het bestuurskader voor geluidhinder een gat vallen voor het recht op buitenspelen zoals vastgelegd in artikel 31 van het Kinderechtenverdrag. In 2009 heeft de Minister met een AMvB om die reden speelgeluid bij scholen en opvang vrijgesteld. Maar tegelijkertijd heeft de Minister nagelaten om dit voor het buitenspelen in algemene zin te regelen. Sinds 2009 spelen klachten over geluidhinder door buitenspelen regelmatig een rol in het speelruimtebeleid van diverse gemeenten. Lang niet alles haalt het nieuws in de media. Uitvoerende diensten krijgen vaak de taak mee om klachten snel op te lossen. Ze zijn gewoon om zo te handelen: direct een fysieke maatregel uitvoeren. Ook als het gaat om spelende kinderen (voetnoot 6). Bij die oplossingen staat de klacht centraal en niet het recht op spelen uit artikel 31 van het Kinderechtenverdrag (voetnoot 7).  


Aanbevelingen

  1. De kamer kan de regering vragen middels een motie, vergelijkbaar met die van het Duitse Parlement, om lawaai dat bij buitenspelen ontstaat toe te laten.

  2. Gemeenten dienen een protocol te onderhouden dat in werking treedt zodra een klacht over de openbare ruimte gaat over jeugd en buitenspelen. Hierin te regelen dat eerst gepoogd wordt om partijen samen te brengen, vast te stellen waar de pijnpunten zitten en of deze met afspraken en contact kunnen worden verzacht.

  3. Vast te leggen dat bestaande, door de overheid aangewezen speellocaties, niet door ontwikkelingen in hun nabijheid kunnen worden gedwongen tot geluidbeperkende maatregelen. Kortom ontwikkelaars moeten rekening houden met kinderlawaai als ze naast of in de buurt van zo'n locatie gaan bouwen (voetnoot 8). Ontwikkelaars zouden ook achteraf partij moeten zijn in deze als het gaat om ervaren verlies van woongenot.

  4. Onderzoek te doen naar typen speellocaties, de gebruiksdruk (voetnoot 9) daarop en te verwachten geluidsproductie. De resultaten kunnen dan maatgevend zijn voor ontwikkelaars van woningen in de buurt van speelvoorzieningen. 


ir. Dirk Vermeulenwww.speelruimte.nl  


Voetnoten:

1 • redactie PWC (2025): Kinderen halen 230 handtekeningen om zelfgebouwde hut te redden

2 • zie voor de berekening: deze pagina bij de schoolpleindokter.nl (95 leerlingen x 210 schooldagen x 4 momenten per dag)

3 • zie bericht uit Parool 24-09-2009: HIER

4 • zie: Trouw 4 mei 2025 ingezonden brief Hilbert Bredemeijer, CDA-wethouder Den Haag

5 • zie: Deze pagina bij de website goegespeeld.be

6 • zie de artikelen en uitzending van het programma Pointer over dit onderwerp: HIER

7 • zie ook: het blog stadslente 15 mei 2024

8 • zie casus Nijmegen: artikel 7 juni 2025 in De Gelderlander

9 • Voor de indeling in typen en het meten van het gebruik en/of de speelwaarde zijn observatiemethoden en toetsingskaders beschikbaar bij Bureau Speelruimte en De Haagse Hogeschool, Lectoraat Gezonde Leefstijl in een Stimulerende Omgeving

2024-05-03

De invloed van de kwaliteit van de openbare ruimte/woonomgeving op kansenongelijkheid

In het Platform Ruimte voor de Jeugd ontstond voorjaar 2021 een uitgebreide discussie per mail naar aanleiding van een uitzending bij EenVandaag:

'Het is meer dan sport en spel': toch moet de Rotterdamse speelgoeduitleen in kansarme wijken verdwijnen 

Woningbouwopgave: benut buitenkansen!

 Met een brief aan alle gemeenteraden (zie hier) heeft Stichting Speelruimte voorjaar 2021 aandacht gevraagd voor de openbare ruimte in de komende grote woningbouwopgave in ons land. Zonder aandacht voor de langere termijn binnen nieuw te bouwen buurten en wijken wordt inspelen op de vanzelfsprekende veranderende ruimtevraag voor ontmoeten, sport en bewegen een lastige klus.    

Afgelopen oktober heeft Arjan Vreugdenhil, werkzaam bij obb-ingenieurs.nl, in het blad Stad en Groen deze aandacht nader toegespitst. Hij houdt daarin een pleidooi om de woonopgave, het woningtekort, niet enkel op te vatten als 'woningbouwopgave', maar in bredere zin te benaderen als 'Leefopgave'. Hierbij gaat het volgens Vreugdenhil om het naast elkaar (integraal) ontwikkelen van de openbare ruimte als contramal van het gebouwde en daarbij de sociale ontwikkeling op langere termijn mee in ogenschouw te nemen. Op die manier creëer je toekomstbestendige en veerkrachtige wijken waar mensen willen wonen, leven, bewegen en ontmoeten.   

Utrecht Terwijde Muziekplein-©OBB-Ingenieurs












Hiervoor is een sterke stads- of dorpsvisie op de openbare ruimte binnen de leefopgave nodig, die juist het sociale met de inrichtingsopgave samen brengt. Laten we die stap achterwege lopen we de kans dat we problemen verergeren van afnemende gezondheid, eenzaamheid, hittestress en wateroverlast, vastlopende mobiliteit en sociale ongelijkheid.   

Volgens Vreugdenhil brengen de thema's bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) binnen zo'n visie op de openbare ruimte de sociale- en inrichtingsopgave samen. En biedt zo binnen de leefopgave ons prachtige buitenkansen, die we móéten grijpen, voor een toekomstbestendige en een fysiek en sociaal draagkrachtige leefomgeving:   

  1. sociaal sterke wijken zonder eenzaamheid   
  2. toegenomen nabijheid en zelfredzaamheid (15 Minute City)   
  3. acceptatie van inbreiding   
  4. beweegvriendelijke stad voor iedereen   
  5. eerlijke verdeling en inclusieve stad   

Lees hier verder:


2023-02-26

Ontwerp voor natuurspeeltuin de Kikkersprong in Hendrik-Ido-Ambacht

Op woensdag 25 mei 2022 opende Wethouder Ralph Lafleur de natuurspeeltuin aan de Schildmanstraat/Steenbakkersstraat. Op deze plek heeft lange tijd een basisschool gestaan.

met-takken-in-de-weer-spelen
Spelen met takken in natuurspeeltuin de Kikkersprong

De wethouder onthulde het naambord "de Kikkersprong" samen met de kinderen, die deze naam hadden bedacht. Tijdens de aanleg kon iedereen een leuke naam voor de speeltuin naar de gemeente opsturen. En deze naam sprong er voor de gemeente uit.

Jette Hannaart heeft in de aanloop naar aanleg en opening van deze natuurspeeltuin intensief contact gehad met omwonenden en gebruikers. Ook met bewoners van woningen direct aan het terrein. Met de regels rond covid moest veel contact online worden gelegd. Toch hebben we een sfeer kunnen creëren waarin mensen zich vrij voelden om input te geven. In een online samenkomst is met bewoners gebrainstormd over de inrichting van de plek.

vlekkenplan-beginfase-ontwerp
Het vlekkenplan ©Jette Hnnaart
Zo is het bijgaande vlekkenplan ontstaan. In het ontwerpproces met architect Rutger Spoelstra daarna is bewust gezocht naar speelse overgangen tussen gestructureerde ruimte en marge-/rommelgebieden, waar je kunt spelen met losse materialen.

Denk hierbij aan zand, kastanjes en takken en water. Spelen met losse materialen en water is binnen stedelijk gebied steeds minder vanzelfsprekend, maar o zo aantrekkelijk. Het uitgangspunt voor speeltoestellen was dat het maatwerk passend bij de plek moest zijn. Tijdens een tweede online samenkomst met bewoners is verslag gedaan van het proces en bijgaand schetsontwerp gepresenteerd.

Na de opening hadden de kinderen aanvankelijk vooral aandacht voor de speeltoestellen en de water/zand speelplek. Later op de middag zag je kinderen meer en meer uitwaaieren over de gehele speeltuin. Ze waren in het groen aan het spelen en met takken in de weer. Je zag minder kinderen op de speeltoestellen.
Schetsontwerp

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 4-1

2022-03-01

Spelen serieus nemen

Signalement nieuwe publicatie

Rijke spelsituaties creëren in groep 1 t/m 8
Louise Berkhout, medespeler in de werkgroep Speelforum van het Platform Ruimte voor de Jeugd, stuurde mij deze recensie van haar laatste boek. Ik ben zo vrij om deze tekst uit de nieuwsbrief TIB integraal over te nemen:

Boekrecensie
Spelen is van belang voor de fysieke, emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling, voor jonge en oudere kinderen en zelfs voor volwassenen. Dit boek is geen ‘spelletjesboek’, maar heeft als doel de leerkracht op te roepen tot een ‘speelse houding’. Het gaat over het spel van kinderen van groep 1-8. Er zijn acht kenmerken van spelen: spelen geeft plezier, spelen is spontaan, spel heeft geen vooropgesteld doel, spel is niet letterlijk, spel heeft een eigen realiteit, spel kent kenmerken van ‘doen alsof’, er is actieve betrokkenheid, en de deelnemers bepalen het spel (Hirsch-Pasek, 2009).


Daarnaast is er een zestal spelvormen: senso-motorisch, functioneel, constructie, fantasie, rollen en spel met regels (p.21). Dan volgt de vraag: bevordert spelen de cognitieve ontwikkeling of is het omgekeerd?

De spelende professional
Er volgt informatie over het belang van spelen en bewegen. Vervolgens komen verbeelding, fantasie en doen alsof aan bod. Ook wordt aandacht gevraagd voor de sociaal-emotionele gezondheid, veerkracht en spelen. Daarna gaat de auteur in op speelkansen buiten en komt spel aan de orde in successievelijk de groepen 1-2, 3/4/5, en 6/7/8.

Elk hoofdstuk wordt afgesloten met ‘aandachtspunten voor de leerkracht’ en ‘literatuur’. In het onderdeel ‘Speltherapie en school’ gaat het over kinderen die problemen ervaren met spelen, gedrag of contact. In hoofdstuk 12 ten slotte gaat het over het grote belang van de ‘spelende professional’.

Het betreft een toegankelijk geschreven boekwerkje, dat de relevante aspecten van spel helder aan de orde stelt en terecht de vraag stelt naar de ‘spelende professional’ als ‘spiegel’. Warm aanbevolen."

Auteur: Louise Berkhout
Titel: Spelen serieus nemen. Rijke spelsituaties creëren in groep 1 t/m 8
Prijs: 27,50 euro
Info: Uitgeverij Boom, Amsterdam. 2021. 144p.
ISBN: 978 90 2444 472 4

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 4-1

2021-12-29

Brief stichting aan gemeenteraden in NL: Bestaand gebied

Gemeentelijk Beleid, Bewegen Ontmoeten, Spelen en Sport bij woningbouw
In onze tweede nieuwsbrief van dit jaar schreven wij dat eind april 2021 alle Nederlandse gemeenteraden een brief van Stichting Speelruimte hebben ontvangen over de komende grote woningbouwopgave. Toen ging het nog over geruchten in de pers en uitspraken van bestuurders en lobbygroepen. In de kabinetsformatie is dit onderwerp besproken blijkens het nu gepubliceerde coalitieakkoord: 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' . Dit coalitieaccoord omschrijft ondermeer het voornemen van het nieuwe kabinet om de komende 10 jaar in te zetten op de bouw van 100.000 woningen per jaar.

Veel reacties en turbosessies

Onze brief heeft heel wat reacties opgeleverd. Samen met Johan Oost van OBB-Ingenieurs heb ik als voorzitter van stg. Speelruimte inmiddels heel wat turbo-sessies online gegeven. Doel van deze sessies is om raadsleden er van te doordringen dat bewegen, ontmoeten, sport en (buiten)spelen (BOSS) in een vroeg stadium aandacht nodig hebben en niet naar de eindfase van een woongebied mogen worden verlegd. De focus van deze korte sessie ligt geheel op de komende opgave voor nieuwbouwwoningen. Achteraf is er alle ruimte voor vragen en discussie. De turbosessies lopen ook komend kwartaal nog verder door. Als de woningbouwplannen van het nieuwe kabinet op stoom komen kan onze inbreng op het gebied van Bewegen, Sport, Ontmoeten en (buiten)Spelen nuttig zijn in verband met het denken over algemene preventie.

Bestaand gebied

In één turbosessie kwam een vraag waar ik, achteraf gezien, niet goed op was voorbereid, en waarop ik beter had kunnen reageren. De strekking van die vraag was: “Wat moeten we doen in bestaande woonwijken?”. Mijn snelle antwoord was “Leveren van maatwerk ná onderzoek. observatie en analyse van bewegen, ontmoeten, sporten en buitenspelen.” Dat was een voor de hand liggend antwoord, maar de uitvoering daarvan leidt ook tot lange wachttijden. Achteraf heb ik deze gemeeente een memo geschreven over een aantal zaken die:

* snel zijn te implementeren,
* resultaat geven,
* en weinig extra middelen vragen.

In het kort gaat het om:

1. het mogelijk maken van speelstraten;
2. het aansluiten bij lopende geld- en werkstromen;
3. Belangenbehartiging BOSS binnen de organisatie.

stoep-is-buitenspelen
trottoir = buitenspelen

1.Speelstraten mogelijk maken

Dit idee is in Nederland rond de eeuwwisseling ontstaan in Den Bosch. De bedenker Marcel Roomans richtte daar de stichting Speelstraten op en vond een oor bij de gemeente.

Het idee was om de benodigde vergunningen voor de tijdelijke afsluiting van een (woon)straat in één loket samen te brengen, zodat kinderen daar vrij kunnen buitenspelen. Dit loket werd ondergebracht bij deze stichting Speelstraten. In Nederland ontbreekt landelijke regelgeving. De gemeente kan zelf een regeling opstellen en een loket of route voor aanvragen van speelstraten instellen.

Het bijgaande bord is een bedenksel van de Stichting Speelstraten. Leuk om te weten is dat zowel in de Engelse (sinds 1938) als de Vlaamse verkeerswetgeving wel een bord voor speelstraten is geregeld.

©Stg.Speelstraten
©Stg.Speelstraten

In een tijdelijk afgesloten straat kun je:
©Stg.Speelstraten
samenspelen

©Stg.Speelstraten
met ouders spelletjes doen

©Stg.Speelstraten
elkaar ontmoeten

2.Aansluiten bij lopende geld- en werkstromen

Een tweede element is gebruik maken van de geld- en werkstromen in de openbare ruimte binnen de gemeente voor grote werken aan bijvoorbeeld riolering, klimaatadaptatie, herprofileringen etc. Vanuit BOSS (Bewegen, Ontmoeten, Sporten en buitenSpelen) kan het wenselijk zijn om een bestaand breed wegprofiel de gemiddelde rijsnelheid omlaag te brengen en meer ruimte en veiligheid in te brengen. Dat kan je doen door de rijbaan te versmallen, maar zoiets is een forse investering die niet op te brengen is. Maar als de riolering moet worden vervangen, waar vanuit de rioolheffing lange tijd voor is gespaard, zijn er nauwelijks meerkosten voor zo’n ingreep in het profiel.

Toevallig vind zoiets nu plaats in mijn woonomgeving (Berg Amersfoort). De meeste straten dateren van de jaren voor en na de oorlog. En het rioolstelsel gaat dus al minstens een halve eeuw mee. Op dit moment zijn grote delen toe aan vervangen. En die vervanging wordt gelijk ingezet voor het afkoppelen van regenwater (klimaatadaptatie) én een versmalling van de rijbaan. Hieronder wat foto’s:

smaller profiel na vervangen riool => lagere snelheid => #meerspelen

na afkoppelen bredere stoep => meer ruimte voor spelen => #meerspelen

De Raad zou het bestuur kunnen vragen om op de checklist voor grote werken, die vanuit de beheer- en onderhoudsplanning op de rol staan, te voorzien van het vakje BOSS: zijn er bij de uitvoering van dit werk ook wenselijke verbeteringen aan te brengen voor Bewegen, Ontmoeten, Sport en (buiten)Spelen? Dit punt hangt ook samen met het volgende onderdeel.


3.Belangenbehartiging BOSS binnen de organisatie

Tot slot een pleidooi om gedurende langere tijd één persoon of instantie de rol van master/regisseur te geven op het gebied van Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sport. Zo’n master/regisseur krijgt dan eigenlijk de rol van advocaat/lobbyist voor jeugdbelangen in en bij de openbare ruimte.

Deze regie-rol zou niet alleen beperkt moeten zijn tot enkel het openbaar domein, maar juist ook daar waar het private over gaat in gemeenschappelijke ruimtes en het semi-openbare. Denk bijvoorbeeld aan de routing van buiten terug naar binnen, terug naar huis in een meergezinscomplex. Hoe maak je dat herkenbaar voor kinderen? En kun je ook zonder hulp van je ouders naar buiten en straks weer baar binnen? Krijg je de deur van de galerij open? En kun je bij het knopje van de lift. En waar kun je straks een hut bouwen? En waar kun je voetballen of waar ga je met vriendinnen zitten kletsen? Daar moet je voortdurend aandacht voor vragen op alle niveaus van de uitvoering gedurende de hele rit van ontwikkelprocessen. Want uiteindelijk bepalen de kinderen zelf waar ze spelen en wat ze daar spelen.

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 3-2

2021-09-22

Repressie Op Bewegingdrift

Een der grootste blunders van de 20ste eeuw  

====

Bij het opruimen van de stapel nog te lezen literatuur en lectuur kom ik ineens deze tekst tegen van Marcel Roomans de bedenker van de "Speelstraat" en de oprichter van de Stichting Speelstraten in Den Bosch.

2021-05-30

Brief stichting aan gemeenteraden in NL

Brief stichting aan gemeenteraden in NL

Gemeentelijk Beleid, Bewegen Ontmoeten, Spelen en Sport bij woningbouw

Alle gemeenteraden in Nederland ontvingen eind april een brief van Stichting Speelruimte over de komende grote woningbouwopgave.
De haperende woningmarkt is één van de onderwerpen bij de onderhandelingen voor de kabinetsperiode. Voor Nederlandse gemeenten wordt het een uitdaging om, naast de bouw van voldoende woningen, flankerende beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid maar ook (speel)ruimte voor de jeugd en jongeren en goede ruimte voor ontmoeten, sporten en bewegen voor alle leeftijden te realiseren. Vaak wordt zoiets aan het begin van het proces in het programma gezet, maar al snel verschuift de focus naar de korte termijn.


bij woningbouwprojecten spelen veel belangen
De korte termijn is immers waar het binnen bouwteams primair om gaat: bouwrijp maken, infrastructuur, bouwstraten, uitmeten bouwraam, fundering, bouwen van de woningen, etc, met uiteindelijk het opleveren van woonomgeving en woningen aan huurders, kopers en/of beleggers. De ontwikkeling binnen het gebied op (middel)lange termijn krijgt zo vaak minder aandacht en dan blijkt dat er binnen 6 tot 10 jaar na oplevering forse ingrepen nodig zijn om tegemoet te komen aan de veranderende vraag naar ruimte voor de jeugd en jongeren en mogelijkheden voor sport en bewegen voor alle leeftijden. Om hier de ogen voor te openen biedt Stichting Speelruimte, in samenwerking met OBB-Ingenieurs, de commissieleden- en/of gemeenteraadsleden een vrijblijvende en kosteloze Ms-Teams turbo-sessie van circa 20 minuten “Nieuwbouw en bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS)” aan.

De gehele brief kunt U hier downloaden.

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 3-2

2021-05-09

5e NGO-rapportage kinderrechten

 Op 30 april heeft demissionair staatssecretaris Paul Blokhuis de NGO-rapportage kinderrechten ontvangen. Diezelfde dag heeft het Kinderechtencollectief deze rapportage ingediend bij het VN-Kinderrechtencomité. Begin zal deze worden toegelicht aan het VN-Comité. De nederlandstalige versie is hier in te zien en te downloaden.  

Met het General Comment nr 17 uit 2013 over het recht op vrijetijdsbesteding in het achterhoofd heb ik door het rapport gezocht op bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Ik citeer zomaar wat vondsten van aanbevelingen:  

  • Creëer een omgeving die verleidt tot gezond eten en meer bewegen voor kinderen en (aanstaande) ouders middels: prijsmaatregelen, productverbetering en subsidie op gezonde voeding op school, sport en bewegen.
  • Stel kwalitatieve en kwantitatieve normen op voor speelruimte bij bouwbesluiten en ruimtelijke ordeningstrajecten.
  • Stimuleer interdisciplinair speelbeleid, breder dan de sport, waarbij ruimte, bereikbaarheid, toegankelijkheid en sociale veiligheid voor alle leeftijdscategorieën gewaarborgd zijn.
  • Toets de nieuwe Omgevingswet aan het VN- Kinderrechtenverdrag.
  • Train beleidsmakers te werken vanuit het belang van het kind.
  • Ontwikkel een nationale visie op spelen, waarbij ruimte is voor alle vormen van spel met expliciet ruimte en tijd voor het vrije spelen dat kinderen zelf bepalen.
  • Maak het belang van spelen en de begeleiding daarvan onderdeel van het opleidingscurriculum van jeugdprofessionals.

Dit zijn zomaar wat bij elkaar gesprokkelde aanbevelingen, maar het loont de moeite om ook de achterliggende stukken te lezen. Het hoofdstuk over Vrije Tijd en Recreatie besteedt expliciet aandacht aan het belang van vrij spelen. Spel wordt vaak ingezet als instrument om iets anders te bereiken, zoals onderwijsresultaten, gedragsverandering of een betere gezondheid. Terwijl kinderen bij het vrije buitenspelen ook veel bewegen en zich ontwikkelen.

2021-04-15

Te hard rijden in een woonstraat of eigenlijk een speelstraat

Wij, volwassenen, met een auto doen het allemaal wel eens: het gaspedaal indrukken op plaatsen waar je eigenlijk voorzichtig zou moeten zijn. Vaak gaan we zelf daar ook laconiek mee om: er is toch niets gebeurd? Maar is het niet zo dat er misschien juist iets gebeurt dat we niet zien?

2021-03-25

Nieuw woningbouwplan? Laat SPEELRUIMTE checken!

Te vaak wordt bij nieuwbouwplannen pas aan buitenspelende kinderen gedacht als de woningen worden opgeleverd, de straten klaar zijn en de eerste kinderen naar buiten gaan. Pas dan realiseren we ons dat we daar eerder aan hadden moeten denken.

2021-01-30

Samen spelen, actief meedoen in je eigen wijk

Klein verslag Speelforum IX

Op 3 december 2020 vond het 9e Speelforum plaats in de vorm van een webinar. Froukje Hajer, Dr. Manon Bloemen (HU), Rianne Janssens P4Play, Kirsten Nøhr en Ilse van der Put (ZET) discussieerden over de vraag: "Wat is er voor nodig om kinderen met een handicap de kans te geven contact te leggen in hun eigen wijk, vrienden te maken en lekker mee te doen?".


kinderen met en zonder beperking spelen zitvoetbal
Opvallend in de presentaties en het daarop volgend debat was dat werken aan inclusie over alle kinderen gaat. "Doe je mee?" kan, als jou dat gevraagd wordt door iemand die je niet kent, één van de krachtigste ervaringen zijn. Het is de opening naar meedoen of meetellen, lichamelijke beperking of niet. In de lezing van Kirsten Nøhr zat daarover een heel mooi citaat uit het werk van Larsen: "... We zijn gewend te werken met kinderen die uit de maatschappij gevallen zijn, maar werken we ook met de maatschappij waar ze uit gevallen zijn? ..." (Larsen, M.R. 2011).

U kunt het allemaal zien en horen op de videoregistratie hier. Houdt deze plek in de gaten, want er komt nog een tekstueel verslag (o.a. van de chats).

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 3-1

Kijken naar spel

De laatste tijd merk ik dat als ik enthousiast spreek over de waarde van spel ik vaak het woord "flow" gebruik. Als kinderen in "flow" zijn tijdens spel spelen ze goed. Ik merk echter ook dat mijn luisteraars dan een beetje schaapachtig knikken of soms ook helemaal niet reageren. Ik realiseer me dat wij speelruimte-mensen er eigenlijk vanuit gaan dat iedereen weet wat goed spelen is of dat wij volwassenen daar allemaal dezelfde mening over hebben. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Zelf val ik vaak terug op de flow theory van Mihaly Csikszentmihalyi. Welke hij toelicht met deze grafiek:



Flow in het spel ontstaat als de uitdagingen van uit de omgeving (y-as: chalenge level) passen bij de competenties die een spelend mens heeft (x-as: skill level). Op zo'n moment zie je bij de persoon in kwestie een grote concentratie, doelgericht handelen, met een sterke focus op de activiteit en verlies van zelfbewustzijn, de activiteit levert wat op (product, plezier etc.), er is duidelijk controle over de activiteit/situatie, de activiteit daagt uit tot verder gaan, succes en falen leiden direct tot aanpassen van het eigen handelen (feedback) en de tijd vliegt voorbij. Flow is dus een mentale staat waarin iets gedaan wordt om het doen zelf. In een staat van flow wordt ervaring opgedaan en uitgebreid. Meer over flow vind u hier en hier

In het platform Ruimte voor de Jeugd heb ik in een workshop met Louis Tavecchio kennis gemaakt met deze theorie. En sindsdien hanteer ik de volgende check: “Als mijn aankomst/aanwezigheid met camera en notitieblok bij spelende kinderen niet tot een reactie leidt. Als kinderen doorgaan waar ze mee bezig zijn en zich niet laten afleiden door mijn storende aanwezigheid, zijn ze in de flow van het spel: Er wordt goed gespeeld!”.

Ik heb aan mijn collega's in de voorbereidingsgroep van het speelforum gevraagd in één zin weer te geven hoe zij "Goed gespeeld" vast stellen.

Wilna ven den Heuvel (Hogeschool Utrecht) reageerde direct:
"Een kind dat ‘echt’ speelt is betrokken bij een spel en/of bij de ander, het heeft intense aandacht voor wat het doet en laat zich niet afleiden. Het geniet, uitbundig of stilletjes, je ziet een serieuze bezigheid.". Wilna voegt het sociale 'betrokken zijn op de ander' toe.

Froukje Hajer (Kind, spel en ruimte) stuurde deze zin(en):
"Een spoor van speelsporen laat zien hoe kinderen hun tijd beleven, als ze in een omgeving waarin ze uitgedaagd worden, zich niet gecontroleerd voelen, en impulsen kunnen volgen; alleen, met vriendjes en met wat ze tegen komen. En de intensiteit waarmee ze bezig zijn. Niet storen dus!" Froukje voegt de veranderbare omgeving toe aan de intensiteit waarin spel beleefd kan worden. Niet het spel zelf, maar het veranderen van de omgeving door spel.

Ilse van der Put (Zet) stuurde deze zin(nen):
"Ik ben een speelspoor-fluisteraar. Een veel gebruikte verstopplek in de bosjes? Een vergeten emmertje? Een half-af zandkasteel met veren? Een paar kastanjes op een rijtje? Stoepkrijt op speeltoestellen? Ha, deze speelplek wordt intensief en in al z’n mogelijkheden benut. De kans dat hier goed wordt gespeeld is groot. Of kinderen met een handicap in die wijk daar ook bij betrokken zijn (wat ik natuurlijk graag wil weten) is aan de speelsporen niet te zien. Daarvoor moet je verder speuren en het spel observeren en met kinderen in gesprek.". Ilse gaat een stap verder dan kijken. Ze wil de fenomenologie van het buitenspelen van de kinderen zelf horen. Zoals Bleeker en Mulderij dat 35 jaar geleden deden.

Pim van der Pol (Orthopedagoog) stuurde deze alinea:
"Kinderen die verbeeldend aan het spelen zijn praten al spelend in de verleden tijd. Dat geeft aan dat zij zich realiseren dat de spelsituatie 'net echt' is en zich onderscheidt van de werkelijke wereld van alledag. Als je merkt dat kinderen in hun spel de tegenwoordige tijd gebruiken dan is het goed om als medespeler consequent de verleden tijd te gebruiken. Daarmee help je om de spelsituatie veiliger te maken. Een ander aandachtspunt is het onderscheid tussen fantasie en realiteit. Als dat ontbreekt wordt het spel als te echt beleefd en kan daarmee riskant worden. In dat geval is het verstandig het spel te onderbreken en eerst te zorgen voor het creëren van het 'alsof' besef. Vaak betekent dat het maken van spelafspraken vooraf over de rolverdeling, ook in de verleden tijd: jij was.... en ik was...". Voor Pim is het taalgebruik in het spel zelf van belang om vast te stellen of er goed gespeeld wordt. Een rol in het spel benoemen in de verleden of tegenwoordige tijd raakt aan de grens tussen fantasie en realiteit.

Voorbeeld:
Vanaf een grote afstand zie ik 2 jongens bij een putdeksel in een woonerf. Ik maak een foto met telelens:

16:11 uur
een auto is net gepasseerd en ze lopen terug. Ik fiets naar de scene toe en maak een nieuwe foto, maar ze gaan opnieuw naar de kant voor een auto:

16:12 uur
één van beiden kijkt me recht aan. Met vouwfiets, rode jas en camera voor de neus moet ik toch opvallen: geen reactie!

16:13 uur
De auto is weg en ze zijn weer bij het putdeksel. Hier werd "goed gespeeld".
Nog een:
Eind van de middag uur rijd ik een hof binnen, ik check mijn veldkaart en pak mijn spullen en maak dan een serie voor een panorama-overzicht van de locatie. Op de eerste foto kijk ik een groepje op de rug:

17:46 uur
Op de volgende foto staat het doel van mijn bezoek:

17:47 uur
Dan banjer ik op de speelplaats rond de ene foto makend na de andere, klim zelfs even op het klimrek om bovenin te kijken en sta tot slot te schrijven. Mijn activiteit wordt niet opgemerkt ook niet als ik de laatste foto maak:

17:53 uur
Het meisje op de eerste foto zit inmiddels bij de groep. En het schooltje spelen gaat ongestoord door. Ook hier werd "goed gespeeld".

Hoe zie jij dat kinderen goed spelen?

Heb je een aanvulling of een andere visie? Laat het hier weten!

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 3-1

2020-05-31

Buitenspelen begint met verkeersveiligheid!

Buitenspelen begint met verkeersveiligheid!

Het is opvallend dat nu plotseling, onder invloed van de lockdown, wereldwijd steden initiatieven nemen om de voetganger, fietser en het spelende kind voorop te stellen in de stedelijke inrichting. Dagblad Trouw besteedde op 22-05-2020 een dubbele pagina (pag.6 en 7) aan initiatieven in Brussel, Parijs, Berlijn en Rome. Het blad Buitenspelen geeft aandacht aan de speelstraten in Gent en de mogelijkheden daarvoor in Amsterdam.

Het is geen nieuwe beweging. Door wereldwijde data-analyse weten we dat steden, 30 jaar na het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, nog steeds vijandig of zelfs levensbedreigend zijn voor hun jongste inwoners. Zie hiervoor dit blog van Rethinking Childhood. We lijken in Nederland te denken dat we dit sinds de uitvinding van het woonerf onder controle hebben. Maar dat er nu nog kinderen zijn die weinig buitenspelen moet te denken geven. En verdient nader onderzoek.

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 2-2

2020-05-30

Buitenspelen in mijn straat - Coronatijd

Het afgelopen decennium is mijn straat verjongd. Er wonen nu meer kinderen in de lagere schoolleeftijd. Meestal zie ik ze alleen in het weekend buitenspelen. Doordeweeks, met beide ouders werkend, verblijven ze na schooltijd vaak bij de kinderopvang. En zien we ze bijna niet in de straat. In het weekeinde zijn er ook weer allerlei clubs. Dus we zien ze bijna nooit allemaal tegelijkertijd.


rollend-spel-spul-in-straat
Spelen met rollend spul in rustige woonstraat


Afgelopen weken/maanden heb ik met stijgende verbazing naar mijn eigen straat gekeken. Direct bij het begin van de 'intelligente' lockdown nam het doorgaand verkeer af tot zo goed als nihil. Zo nu en dan enkele bestelwagens voor bezorgen. In de middag, na de thuisscholing, en zeker in het weekend is de straat plotseling vol met kinderen (3 tot 12/13j). Zoveel kinderen tegelijk zien we normalerwijs enkel met een buurtfeest of een speciale gebeurtenis. Maar nu zag ik ze met een groot aantal tegelijk op/in de straat. Verder heb ik nog nooit zoveel verschillende type rollend speel-materieel tegelijkertijd in mijn straat gezien. Er werd heel hard gefietst / gestept / ge-skateboard / ge-space-scooterd / gerollerskated….


.… en dus ook gevallen en gebotst. Allemaal goed voor de ontwikkeling van mobiel evenwicht. Het leren omgaan met losse steentjes, bobbels, stoepranden, losse bladeren, takjes, onverwachte bewegingen van anderen en hoe daarop te reageren zonder vallen wordt zo spelenderwijs opgedaan. Een goede reactie is vaak kwestie van millieseconden. Als je jong bent leer je dit stukken beter dan op latere leeftijd. Iets wat, naar mijn bescheiden mening, van invloed is op ongevallencijfers. Tegen de tijd dat deze kinderen naar het m.o. gaan en zelf aan het verkeer gaan deelnemen hebben ze de technische beheersing veel beter onder de knie en kunnen ze zich meer focussen op het andere verkeer en de regels.


spelen-op-een-stille-woonstraat
Voetbal op rustige woonstraat


Ook elders in mijn stad zag ik kinderen gebruik maken van de plotseling stil gevallen straten en het bij tijden uitzonderlijk mooie weer voor de tijd van het jaar (maart en april). Er werd op veel plekken voetbal of ander balspel gespeeld. Links en rechts kon je kinderen in achtertuinen en op achterpaden horen spelen. Ook in de gemeenschappelijke tuinen tussen de flats en op de woonpaden daartussen zag je allerlei spel. Zoals bijgaand trampolinespringen.


Wat je eigenlijk ziet is dat de kinderen intrinsiek gemotiveerd zijn om het spel te spelen wat ze doen. Verder doet zich de gelegenheid voor op straat: het is rustig op straat. Opvallend is ook dat niemand komt vertellen dat spelen op straat niet mag. In de criminologie staat deze combinatie van factoren ook bekend als de 'Routine activity theory' (Cohen and Felson, 1979).


op-trampoline-in-gemeenschappelijke-tuin
Tampolinespringen in gemeenschappelijke tuin


Het Mulier Instituut heeft onderzoek gedaan onder 750 ouders van 4-11 jarigen en hun gevraagd naar het beweeggedrag van hun kinderen onder invloed de 'intelligente' lockdown. Uit deze ouderrapportage komt naar voren dat het verschil beweeggedrag tussen de minst en meest bewegende kinderen tijdens de intelligente lockdown groter is geworden. MEER INFORMATIE HIER .


Of ouders een betrouwbare bron zijn over het buitenspelen van hun kinderen weet ik eigenlijk niet. Mijn eigen ouders wisten volgens mij voor 90% niet wat wij deden (ZIE HIER). En ik hoor nu van mijn, inmiddels volwassen, kinderen zaken waar het maar goed van is dat ik het indertijd als ouder niet geweten heb.


SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70


dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 2-2

2020-02-25

Vergeet het schoolplein niet!

Of je nu vindt dat buitenspelen geen bijdrage levert aan het curriculum of dat je juist overtuigd bent dat de lichamelijke ervaring van het stappen over letterpaaltjes essentieel is voor het leren lezen en spellen van leerlingen, feit blijft dat kinderen voor en na de speelpauze totaal anders in de klas zitten en beter bij de les zijn dan voor de speelpauze. Iedere leerkracht in ons land kan je dat vertellen. Probleem met die kennis is dat we geen vergelijkend onderzoek kunnen doen naar de pedagogische waarde van de speelpauze op het schoolplein. Wetenschappelijke ethische commissies zullen elk longitudinaal vergelijkend onderzoek blokkeren: je kunt geen experimenten uithalen met kinderen door ze in de controlegroep neer te zetten die geen pauze buiten krijgt tegenover een groep die je wel laat buitenspelen.

Experiment:
Hoewel ... dat experiment is al gedaan: tijdens de 18e internationale conferentie van de IPA-Promoting the child's right to Play in Cardiff ipaworld.org viel schrijver dezes bijna van zijn stoel toen hij hoorde dat een Senator van Oklahoma meer dan een decennium terug besloot om de schoolpauze op alle openbare scholen af te schaffen! Zonder speelpauze zou er meer tijd voor het leerproces zijn, en zouden kinderen — van 3 tot 6 jaar — effectiever leren.

meisjes-op-duikelrek
Meisjes spelen op duikelrek op schoolspeelplaats

Evaluatie:
Een tussentijdse evaluatie in Oklahoma liet zien dat de prestaties van leerlingen juist achteruit waren gegaan. We hebben dus helemaal geen onderzoek nodig. De speelpauze, het buitenspelen en het schoolplein/de schoolspeelplaats zijn, net als het krijtje, essentiële hulpmiddelen bij het onderwijs. Zonder krijtje geen opdrachten en overdracht op het schoolbord. Zonder schoolspeelplaats, stress en onrust in de klas en geen aandacht bij de les.

jongens-op-duikelrek
Jongens spelen op duikelrek

Ons onbegrip voor spel
Een van de problemen waar wij volwassenen tegen aan kijken bij het buitenspelen is ons onbegrip voor spelen. Dat spelen en leren verbonden zijn weet iedereen. Maar ouders en volwassenen zijn bang dat er te weinig geleerd wordt en dat kinderen in hun ontwikkeling achterblijven. Een collectief wantrouwen tegen het ingebakken spelend leervermogen van elk kind. Als kinderen met hun 4e levensjaar op school komen hebben ze vrij spelend al ongelofelijk veel geleerd, meer dan we eigenlijk kunnen bevatten.

meisjes-rond-onder-duikelrek
Meisjes spelen bij en onder duikelrek

Een voorbeeld: een baby leert meestal met 13 maanden lopen (soms eerder soms later). Een stoeprand opstappen? De meesten struikelen de eerste keer. Daarna gaat het heel rap vanzelf. Een roltrap? Het leren inschatten van de versnelling en hoe je daarmee moet balanceren is even ingewikkeld, maar als ze met 4 jaar op school komen zijn roltrappen voor de meeste kinderen geen probleem. Leren lopen, met vallen en opstaan, kunnen robots tegenwoordig ook. Het koste wel meer dan 20 jaar om een bruikbaar algoritme daarvoor te ontwikkelen. Een kinderbrein doet dat dus binnen 13 maanden. En robots op roltrappen wil nog steeds niet. De uitdaging is om dat vrij spelend lerend vermogen tijdens de schoolcarrière wakker te houden en te revitaliseren. Dat stelt eisen aan het pedagogisch klimaat en de fysieke ruimte.

Bij de bouwvoorbereiding van een nieuwe school wordt vaak begonnen met het gebouw. Pas als dat in de steigers staat wordt er nagedacht over de buitenruimte en zijn functie voor het buitenspelen. Vaak blijkt na oplevering en het eerste gebruik dat beide niet goed op elkaar zijn afgestemd:

  • Voorbeeld 1: Soms is het bouwterrein aan de kleine kant en wordt gaande het proces tot buitenspelen in shifts besloten. Maar is er van tevoren nagedacht over de logistiek (200 kinderen naar binnen en 200 naar buiten)? Zijn de gangen, trappen en deuren breed genoeg? En waar berg je het spelmateriaal op? En hoe ziet de omgeving van de school er uit als 400 kinderen op school komen of naar huis gaan?
  • Voorbeeld 2: Het bouwterrein dat gekozen is heeft een oppervlak gelijk aan het schoolgebouw + 600m2 + parkeren + marge voor tuin. Er wordt vanuit gegaan dat dit voldoende is. Er wordt geen haalbaarheidsstudie naar de locatie gedaan. Pas bij de bouwaanvraag blijkt het bestemmingsplan een bepaalde afstand tot de kavelgrens voor te schrijven. Deze extra ruimte is niet voorzien en gaat van het schoolplein aan de andere zijde van het gebouw af. Eind resultaat wordt een te klein schoolplein (zie schetsjes hieronder) of een waar extra toezicht nodig is. Dat had boven water kunnen komen met een haalbaarheidstudie naar de mogelijkheden van de locatie. Met mogelijk andere keuzes tot gevolg.

schets-invloed-bestemmingsplan

Met de ontwikkeling van Integrale Kindcentra wordt de ruimte voor het buitenspelen eigenlijk nog belangrijker in het bouwproces. Zo'n experiment als in Oklahoma kunt u zich maatschappelijk niet veroorloven. Bij de bouwvoorbereiding van een nieuw schoolgebouw of IKC is daar in het bouwteam en het programma van eisen van initiatief af aan aandacht voor nodig.

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
adviseur buitenspelen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 2-1



KADER:
Dirk Vermeulen en Jette Hannaart hebben hun kwaliteiten gebundeld. Ook samen zetten zij hun kennis en werkervaring graag in met als doel een positieve bijdrage te leveren aan de leefomgeving van het spelende kind.
Het bureau kunt u inschakelen bij ontwerp, onderzoek en advies bij vragen rondom de speelruimte in uw gemeente, bij uw school, kinderdagverblijf, speeltuin of speelbos. Op dit moment bestaat het bureau uit twee eenmanszaken van ir. Dirk Vermeulen (stedebouwkundige) en ir. Jette Hannaart (ontwerper).

voetnoot 1
Als je nu in Google zoekt op "recess primary school Oklahoma" kom je op nieuws rondom "schools try structured recess program's" kortom ze stappen van die scholen zonder speelpauze af en nu moeten kinderen "leren" om buiten te spelen. Maar er is ook gelijk reactie: “Kids don't need to learn how to do playground”. Overigens heeft de staat in die periode ook schoolgebouwen neergezet zonder buitenspeelruimte.

voetnoot 2
Er is wel onderzoek naar de rol van de fysieke omgeving en het stimuleren door ouders. Te veel bescherming, zoals een hoge box met een zachte binnenzijde zonder grip op spijlen, kan leiden tot later lopen.

2019-10-31

Observaties gebruik van de speelruimte in Katwijk

In de wijken Koestal, Zanderij en het Buitelbos juni-juli 2019

hittegolf-jongens-spelen-op-straat-met-water Spelen tijdens een hittegolf op straat met water is cool!

In de periode half juni tot en met de eerste week van juli van dit jaar hebben we een systematisch observatie onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van de speelruimte in twee wijken en een natuurspeeltuin in de gemeente Katwijk. De aanleiding voor dit onderzoek lag in het maken van een nieuw beleidsplan dat breder kijkt naar speelruimte: bewegen en gezondheid voor jong en oud staat centraal. Het doel is om met elkaar meer te gaan bewegen. Daarbij is dan ook de vraag: hoeveel bewegen we nu en wat stimuleert tot meer spelen en bewegen? Voor volwassenen en ouderen zijn digitaal wel onderzoeken te vinden. Ook “Jantje Beton” doet onderzoek hoeveel er buiten wordt gespeeld. Maar hoe zit dat in Katwijk? Wat wordt nu echt gebruikt, waar spelen kinderen en wat doen ze.

Buro Speelruimte heeft voorgesteld om een proef te doen met een bewezen onderzoeksmethode, ontwikkeld in de jaren '80 en nu ook nog toegepast door onze Vlaamse collega's van Kind en Samenleving zie hier. Op dit moment is gekozen om 2 buurten te onderzoeken en een grotere natuurspeelplek (buitelbos) in Katwijk ad Rijn. Zo wordt ervaring opgedaan en gekeken wat te doen met deze cijfers en conclusies. Mogelijk dat op een later moment de gehele gemeente kan volgen.

Enkele conclusies
spelen-in-de-bosjes-op-talud-grote-weg
in de bosjes op het talud van de grote weg

Spreiding en mate van gebruik
De speelindex, waarin het aantal waargenomen jeugdigen wordt afgezet tegen het aantal jeugdigen dat er woont, laat zien dat er in beide wijken tijdens het onderzoek goed werd buiten gespeeld. Vijf ingerichte speelplaatsen vallen op als (zeer) intensief gebruikte hotspots. Samen zijn deze speelvoorzieningen goed voor meer dan de helft van de 431 kinderen die we op ingerichte speelplekken (19 totaal) hebben geteld. Daar staat tegenover dat we in de 'informele' speelruimte, op straat, stoep, grasveld, in bosjes en aan de waterkant ruim anderhalf keer meer (735 = 170%) jeugdigen hebben gezien. Zelf als de activiteit 'doelgerichte verplaatsing' hier wordt weggelaten (38% van 735) zien we toch dat alle straten, stegen en achterpaden samen de belangrijkste ruimte vormen waar jeugdigen buiten zijn. Dat komt mede door en wijst ook op een toelatende verkeersomgeving in beide wijken. De vijf als hotspot functionerende ingerichte speelplekken vormen hierin als het ware de kers op de taart van de informele speelruimte.

Leeftijd en sexe
We hebben opmerkelijk veel meisjes gezien: bijna de helft (48%) van alle jeugd was vrouw. Veel meisjes wijst, volgens de literatuur daarover, op sociale-veiligheid, verkeersveiligheid en beschutting in de totale speelruimte. Dit sluit dus qua verkeer nauw aan op het vorige onderwerp. De grootste groep gebruikers van de speelruimte (ingericht en niet-ingericht) is tussen de 3 en 12 jaar oud. Grofweg de basisschoolleeftijd. Dat komt overeen met al onze gebruiksonderzoeken vanaf eind jaren '80.

Doelgericht verplaatsen
Doelgerichte verplaatsing is bewegen op de fiets of lopend. Maar het is ook verkeersdeelname. Bij een uitsplitsing van de cijfers bleek dat doelgerichte verplaatsing zich hoofdzakelijk afspeelt in het verkeersgedeelte van de straat. Het vrije buitenspelen in de straat speelt zich hoofdzakelijk af op de stoep.

Bewegen
De onderliggende onderzoeksvraag (zie inleiding) wat moet je doen om bewegen te stimuleren, dan wel voorkomen dat het afneemt. De cijfers zijn dan ook bekeken waar 'bewogen' wordt los van doelgerichte verplaatsing. Het gaat dan om bewegen en balspel.

vissen-bij-de-vlonder
hengelen op de vlonder in de Zandsloot

Uit deze analyse blijkt dat paden en stoepen voor beide seksen de belangrijkste plaats is waar bewegen met en zonder bal plaatsvindt. Het speeltoestel blijkt daarna de belangrijkste plaatscode voor sec bewegen. Terwijl balspel meer de ruimte opzoekt van gras en plein/verharding. Al met al weer een bevestiging van een stelling van de stedebouwkundige ir. Joost Vahl uit de vorige eeuw dat buitenspelen begint met verkeersveiligheid dichtbij huis.

Er is een kaart gemaakt met de resultaten. Hier vindt u de legenda.

Voor meer informatie belt u met 033 465 32 70.

SPEELRUIMTE
ir. Dirk Vermeulen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 1-3

2019-04-30

Impressie 6e Speelforum: Het recht op spelen!

Op 14 maart vond in Leiden in de oude Sterrenwacht het 6e Speelforum plaats. Ruim 50 aanwezigen volgden het programma en namen actief deel aan de discussie over het thema "Het recht op spelen!". Na vijf speelfora vonden de initiatiefnemers het tijd om een pas op de plaats te maken en weer terug te keren naar de basis, het "Kinderrechtenverdrag van de VN" en het General Comment nr. 17 (GC17) over spel. Dit GC17 was begin 2016 voor het Platform Ruimte voor de Jeugd aanleiding om het "Tienpuntenplan voor vitale jeugd" te publiceren, omdat tijd en ruimte voor spelen nog steeds – en in toenemende mate – onder druk staan. De afgelopen 5 Speelfora is telkens één punt uitgelicht en in een wetenschappelijke setting besproken. Nu was het tijd voor het opmaken van de balans.

geanimeerde_rondetafelgesprekken
Geanimeerde rondetafelgesprekken

Een groot aantal deelnemers namen voorafgaand deel aan de excursie naar speeltuin Zuiderkwartier. Deze speeltuin heeft eerder van de Speeltuinbende het ‘Speeltuin oké certificaat’ ontvangen. Hier werd duidelijk dat inclusie van kinderen met een beperking tot stand komt juist bij het samen spelen.

Ton Liefaard, hoogleraar Kinderrechten aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van Universiteit Leiden, kreeg alle tijd om de plaats en ontwikkeling van het Kinderrechtenverdrag (IRVK) en het GC17 te schetsen. Dit soort internationale verdragen vormen een raamwerk dat telkens verder wordt ingevuld en uitgewerkt. Het IRVK verandert de regels van het spel. In die zin dat bijvoorbeeld het eigenaarschap over spelen primair bij kinderen ligt. Het kind is zo een rechtssubject, een mens in ontwikkeling, lid van een gezin, familie en gemeenschap.

aantekenboek

Zijn lezing hier samen te vatten of te verslaan voert te ver. Er waren twee punten die er uit sprongen.

Het eerste punt was wat Prof. Liefaard zei over artikel 12 "het recht om te worden gehoord"". Zelf heb ik dit artikel altijd gelezen als behorend bij het civiel recht (bij scheidende ouders) of het strafrecht (bij de kinderrechter). Maar nee het betekent dat kinderen moeten worden gehoord bij alle beslissingen die van invloed zijn op hun leven. Participatie van kinderen bij beslissingen die hun belang bij buitenspelen in de woonomgeving raken is dus iets wat er bij moet. Hoe serieus nemen we kinderen werkelijk? Kunnen we kinderen zien als actor/‘agent’ voor hun belang bij spelen? Zo'n vraag stellen betekent ook dat je moet nadenken over het primaat bij beslissingen. Hoe zwaar wegen de stemmen van de verschillende actoren in het openbaar domein. En ben je bereid de stem van kinderen zwaarder mee te wegen?

Het tweede punt was, en dat is met name belangrijk voor gemeenten, dat er zoiets als een nulmeting naar speelruimte nodig is. Hoeveel is er beschikbaar? Wat moet er eigenlijk zijn en waar zijn er tekorten. Als voorbeeld gaf hij de "The Play Sufficiency Duty" uit Wales. In deze wetgeving worden lokale besturen verplicht om met nulmetingen de bestaande speelruimte vast te leggen zodat die niet verder kan afnemen.

https://www.speelruimte.nl/zwarehouse/WH002/P3141536_.JPG

SPEELRUIMTE

ir. Dirk Vermeulen
speelruimte.nl
info@speelruimte.nl
033 465 32 70

dit artikel is eerder gepubliceerd in Speelruimte-nieuws 1-2

2019-03-30

Bericht uit de oertijd

Nederland staat – niet voor de eerste keer – voor een grootschalige bouwopgave: de NOVI-wijken komen er aan, met één miljoen woningen nog groter dan de VINEX....